Nieuws archief

Meervleermuizen in de krant

Gefladder in het duister

door Marieke Aarden

 

Wanneer de nacht valt, gaan AJ en haar vrijwilligers op jacht naar vleermuizen, voor onderzoek. De bat-recorder ratelt als de diertjes eraan komen. Stil hangen de gevangen exemplaren aan een waslijn. 'Nu zijn het schatjes.'

Het leven van Anne-Jifke Haarsma draait om de meervleermuis. Sterker nog, ze heeft haar leven aangepast aan dit diertje, door menige burger geschuwd als de pest. 's Nachts onderzoekt ze de routes van de fladderende 'vleertjes', zoals zij ze liefkozend noemt, die dan op jacht gaan naar insecten.

De (onbezoldigd) gastmedewerkster van museum Naturalis en de Universiteit Leiden - zij moet zelf haar budget bij elkaar harken - bivakkeert in een enorme loods in Bodegraven vlakbij haar onderzoeksgebied. Anne-Jifke Haarsma - ook wel AJ genoemd door de mensen die met haar de passie voor dit zoogdier delen - heeft afgelopen maandag zelfgemaakte vleermuiskasten in bomen gehangen in de hoop dat ze daar gaan paren, als zij tegen zessen bij de loods aankomt.

Drie uur later staat AJ op de Eurobrug bij Waddinxveen, een brug die amper anderhalve meter boven het water uitsteekt en zich daarom goed leent als plek om de ragfijne netten te bevestigen. Want de vleermuizen jagen net boven het water, om daar met hun grote voeten insecten uit weg te harken. Als ze in de netten komen, kunnen ze worden geringd en gechipt.

'Gaan we vissen', vraagt een voorbijgaande fietser die het ritueel van het ophangen der netten gadeslaat. Soms, zegt AJ, staat de politie al na een kwartier voor mijn neus. 'Gewaarschuwd, want in Nederland zitten veel mensen achter de geraniums op elkaar te letten.' Een buitenstaander zou AJ met haar menselijke entourage en haar uitrusting van netten, touwen, stenen en zaklampen ook licht andere bedoelingen kunnen toedichten.

Tegen tienen, wanneer het schemert, hijsen Lobke Thijssen en Rabten van Oorschot, twee jonge vrijwilligers, zich in hun waadpakken en lopen de ringvaart in. Uren blijven ze in het water en om dat niet te zwaar te maken, dobberen ze vaak op een zwemband. AJ geeft aanwijzingen vanaf de kant. Ze heeft overal ogen.

Van Oorschot vangt nu voor de derde nacht meervleermuizen en is al even opgetogen. Hij trekt drie latexhandschoenen over elkaar aan, om zich tegen eventuele beten te beschermen. Want sommige vleermuizen hebben hondsdolheid, een ziekte die slecht afloopt voor mens en dier. Alle vleermuismensen zijn ingeent tegen rabies.
AJ, die zelf niet te water gaat om de anderen te laten oefenen, roept vanaf de kant dat de dieren in aantocht zijn. Ze heeft de bat-detector gehoord, die vrijwilliger Wouter Burger aan de andere kant van de brug in de aanvliegroute van de vleermuizen houdt.

Wanneer het ding begint te ratelen, zit het eerste exemplaar al in het net en is een tweede vlak daarvoor omgekeerd. 'Gedraaid' roept Thijssen en op de kant zet haar vader in AJ's notitieboek de tijdsaanduiding en 'gedraaid'.
'Beet', roept Van Oorschot over zijn eerste vangst van de avond. Met de mijnwerkerslamp op zijn voorhoofd waadt hij haastig naar de plek waar de vleermuis in het net is verstrikt.

Er klinkt gemopper. De afspraak is dat Van Oorschot het vleermuisje in hoogstens twee minuten uit het net plukt, maar het lijkt niet te willen vlotten. AJ popelt: 'Soms heb ik de neiging met onderbroek en al dan maar in het water te springen.' Als ervaren bevrijder van vleermuizen uit netten kan zij de klus in tien seconden klaren.
'De vleertjes hebben de neiging om hun vleugels in te trekken voordat ze het net in vliegen en als ze daar eenmaal in zitten, slaan ze hun vleugels weer open terwijl ze nog naar voren willen vliegen. Dan draaien ze zich helemaal vast. Het vraagt wat handigheid om ze uit die benarde positie te bevrijden', legt AJ uit.

 

Eerder die avond heeft ze het pand laten zien waar de kolonie huist die bij de Eurobrug wordt gevangen, en waarvan de onderzoekster later die avond enkele leden zal uitrusten met een individuele code. Driehonderd meervleermuizen, die van water, moeras en groene weilanden houden, verblijven tussen de spouwmuur van een al twee jaar leegstaand pand. De makelaar is op de hoogte maar lijkt zich van de domme te houden om zijn object niet helemaal onverkoopbaar te maken.
't Is dat AJ geen gevulde portemonnee heeft, anders zou ze het pand zo kopen, een spiegel hangen in een weggebroken deel van de spouwmuur en dan vanuit haar hangmatje uren kijken naar haar kolonie. Om het de vleren behaaglijk te maken, zou ze nog een verwarmingselement plaatsen.

In het lege bedrijfspand in Waddinxveen wordt niet gestookt. Bij de buurman hebben de vleermuizen echter warmte ontdekt. De buurman heeft een meubelbedrijf waar nu af en toe een keutel op een nieuwe bank wordt aangetroffen, soms een dode vleermuis op de grond.
AJ heeft het getroffen met deze eigenaar die de dieren niet meteen achter purschuim en cement levend begraaft, zoals veel burgers doen. 'Hij vindt ze grappig en respecteert ze. Maar eigenlijk wil hij er wel vanaf. Met hulp van de provincie en hopelijk ook met gemeentelijke subsidie wordt nu een bouwkundige oplossing gezocht. Deze man is zo aardig om daarop te wachten.' AJ vindt dat geduld de moeite waard. 'Hier huist de grootste kolonie meervleermuizen van Zuid-Holland en misschien wel van Nederland. Die moet gespaard worden.'

 

ajmeervl2a-2.jpgOm 23.00 uur hangen negen gevangen vleermuizen in witte zakjes aan een waslijn aan de brug. 'Nu hangen ze heel stil, nu zijn 't schatjes', zegt ze. Toen ze net gevangen waren, produceerden ze evenveel geluid als een drilboor. Maar omdat het vleermuisgeluid een hoge frequentie heeft, horen mensen hier weinig van.
AJ stopt haar blote hand in het zakje dat het natste aanvoelt. Dat beest moet het eerst worden bekeken, anders koelt het te veel. Nummer een blijkt een jong, een vrouwtje. 'Lekker aan de dunne en daarnaast ook zwarte poep', rapporteert AJ aan de schrijvende rapporteur.

Het dier wordt geringd en uitgerust met een microchip met een individuele code, die AJ vakkundig met een naald onderhuids inbrengt. 'Zo die zit en nu wrijf ik hem naar haar kontje. Daar blijft-ie het beste zitten. Absurd genoeg blijven ze maar doortetteren bij het chippen. Ze is boos omdat ik haar in de hand houd, niet omdat ze pijn heeft. Dit is een jonkie met een lekker sappige huid waar de naald met chip zo inglijdt. Veertien gram weegt ze. Da's weinig, maar dit jaar zijn er weinig insecten.'

De dieren, die AJ tien dagen volgt, krijgen een naam. 'Jezus is op Hemelvaart gevangen en geringd, Trix op Koninginnedag en een ongelooflijk dom vrouwtje dat alleen tussen heel veel mannen zat, heb ik Muts gedoopt.'
Even later, wordt een op AJ's buik voorverwarmd exemplaar vanuit haar hand vrijgelaten. 'Als het dier te koud is ploft het in het water en moeten we erachteraan zwemmen.
AJ neemt afscheid van de vleermuis. Nog even grijpen zijn pootjes om haar vinger. Dan maakt het de beweging die lijkt op de propeller van een wentelwiek. De vleugels klappen uit en met een wijde boog verdwijnt de meervleermuis in de nacht. Een mooi silhouet van gekartelde vleugels tekent zich af tegen de donkere lucht.

 

 

Bron: Volkskrant 31 juli 2004.
Geplaats met toestemming van de uitgever.