Voedsel en jagen

Inleiding

In de hele wereld zijn ongeveer 925 verschillende soorten vleermuizen. Om concurrentie met andere vleermuizen te voorkomen heeft elke vleermuissoort zijn eigen leefgewoonten. Het dieet van vleermuizen is het meest divers van alle zoogdieren. Zo bestaan er vegetarische vleermuizen die zich vooral voeden met fruit en nectar. Andere soorten zijn vleeseters, van insekten tot kikkers. Ook bestaan er vleermuizen die zich voeden met het drinken van bloed.

 Jagen

Grote vleermuissoorten eten bij voorkeur grote prooien, kleine soorten kleine prooien. Zo eet de laatvlieger graag meikevers en de dwergvleermuis vooral muggen en kleine vlinders.

Parende langpootmuggen

Welke plaats een vleermuis kiest om te fourageren (voedsel te zoeken) wordt vooral bepaald door het insectenaanbod. Waar veel insecten zijn vind je meestal ook veel vleermuizen.

Bij het jagen vangen vleermuizen de insecten meestal in de vlucht en gebruiken daarbij hun vleugels of staartvlieghuid als vangnet. De grillige manier van vliegen van vleermuizen is een gevolg van het achtervolgen van hun prooidieren. Sommige soorten kunnen ook prooien op de grond, op het water of op een blad aan een boom ontdekken en daar vanaf pakken.

Doordat iedere vleermuissoort op zijn eigen manier jaagt, is er weinig concurrentie tussen vleermuissoorten. Boven bijvoorbeeld een plas kun je verschillende soorten vleermuizen zien jagen. De rosse vleermuis jaagt dan hoog in de lucht, vaak boven de boomtoppen. Tussen de takken van de bomen jaagt de grootoorvleermuis op insecten die op de bladeren zitten. De laatvlieger vliegt een stuk lager, op 5-10 meter hoogte en is veel wendbaarder. De dwergvleermuis vliegt op dezelfde hoogte als de laatvlieger maar veel dichter bij de begroeiing en jaagt op kleinere insecten. De watervleermuis jaagt enkele centimeters boven het wateroppervlak op insecten die vlak boven of op het wateroppervlak zitten.

Nectar

De kleinere soorten uit de onderfamilie Macroglossinae doen zich te goed aan nectar en stuifmeel. Nectar- en stuifmeeletende vleermuizen spelen een belangrijke rol bij de bestuiving van tropische planten. Veel van deze planten zijn speciaal aan de vleermuizen aangepast qua vorm en afmeting; zo bloeien ze 's nachts en maken ze voor de vleermuizen lekkere geuren.

Fruiteters 

Er zijn veel soorten vleermuizen die alleen fruit eten: de meeste soorten behoren tot de familie Pteropodidae, de vleerhonden. Vruchteneters komen vooral af op rijp fruit. Het kan een ramp zijn voor een bananen- of mangoplantage als hier een groep vruchteneters neerstrijkt. Na een paar happen laten ze een stuk fruit al vallen en gaan ze verder met het volgende stuk fruit.

Vleeseters 

De grote rosse vleermuis vangt af en toe een vogel.

Een aantal vleermuissoorten voedt zich met vlees zoals kikkers, vissen en kleine zoogdieren. Dit zijn voornamelijke grotere tropische soorten. De vleesetende soorten zijn meestal groot en hebben sterke kaken en grote voeten om in staat te zijn grotere prooien te vangen. Zij hebben ook vaak grote oren om hun prooien op geluid te kunnen vinden. Visetende vleermuizen hebben een vettige vacht, zodat ze bij het vangen van vis geen natte en koude huid krijgen. In Europa is alleen bij de Grote rosse vleermuis, die voorkomt in Zuid-Europa, vastgesteld dat hij soms kleine visjes vangt.

Bloedeters

Tot de vampiervleermuizen (Desmodontinae), of gewoon vampieren, behoren enkele soorten Zuid-Amerikaanse vleermuizen die zich voeden met bloed dat ze 's nachts na een kleine beet oplikken van slapende slachtoffers, meestal vee of tapirs. Ze lokaliseren hun slachtoffer laagvliegend, op ongeveer een meter boven de grond en benaderen het sluipend over de grond terwijl het dier slaapt. Na de te bijten plaats te hebben gelikt en in de weg zittend veren en beharing te hebben weggebeten maken ze met een snelle beet met vlijmscherpe tandjes een kleine oppervlakkige huidververwonding, vaak aan de poot, soms aan de hals.

Als het dier weer gekalmeerd is (als het de beet al heeft bemerkt), likt de vleermuis de wond. Het speeksel bevat een stollingsremmend middel (draculine genaamd) en kennelijk ook een pijnstillend middel, dat er mogelijk toe bijdraagt dat het slachtoffer de beet nauwelijks opmerkt. Een bloedmaaltijd is ongeveer 30 ml, wat het gewicht van de vleermuis haast verdubbelt. Weer in het nest gekomen wordt de maaltijd vaak gedeeltelijk weer opgebraakt en met soortgenoten van de groep gedeeld. Er is een duidelijk sociaal gedrag in de vleermuisgroepen, met wederzijdse verzorging.

De vampiervleermuizen zijn met name economisch en voor de volksgezondheid een gevaar, omdat ze soms de zeer gevaarlijke ziekte hondsdolheid kunnen overbrengen. Deze ziekte kost veel koeien het leven. Directe gevolgen van de kleine aderlating zijn er nauwelijks, hoewel bij frequente beten bloedarmoede zou kunnen optreden.

Insekten 

De meeste soorten Microchiroptera eten hoofdzakelijk insekten en spinnen. Alle Nederlandse vleermuizen zijn insekteneters, en er zijn ook een aantal tropische vleermuizen die insecten eten.

Een vleermuis moet om te overleven per nacht een kwart tot een derde van zijn lichaamsgewicht aan insecten eten. Voor een vleermuis betekent dat per nacht wel 300 muggen, motjes en kevertjes. Dit betekent dat bijvoorbeeld één enkele watervleermuis in de periode van 15 mei tot 15 oktober ruim 40.000 muggen kan verorberen. Een gemiddelde kolonie eet per zomer enkele tientallen kilo's insecten. Er zijn geen andere dieren die zoveel nachtinsecten eten.

Veel van deze insecten zijn schadelijk voor de land- en bosbouw, dus levert de vleermuis bij de jacht een nuttige bijdrage. Grootoorvleermuizen eten bijvoorbeeld onder andere veel nachtvlinders waarvan de rupsen schadelijk zijn: Zaaduil, Groenteuil en Eikebladroller.

steekmug