Nieuws archief

Zuid-Hollands Landschap tevreden met aantal overwinterende vleermuizen

Persbericht Zuid-Hollands Landschap, Rotterdam, 9 januari 2007.

 

Tijdens het eerste weekeinde van januari hebben enthousiaste leden van de Zoogdierwerkgroep Zuid-Holland de jaarlijkse vleermuistelling gehouden in de bunkers in de Duinen van Voorne. De zeldzame baardvleermuis is opnieuw in aantal toegenomen," vertelt Jan Alewijn Dijkhuizen, telleider en medewerker van het Zuid-Hollands Landschap. Het Zuid-Hollands Landschap is tevreden over de uitkomsten van het onderzoek. Jan Alewijn Dijkhuizen: "In ons terrein is het aantal overwinterende vleermuizen iets hoger dan dat van vorig jaar. Opvallend resultaat van het afgelopen weekeinde is dat de grootoorvleermuis steeds verder afneemt terwijl de op Voorne zeldzame baardvleermuis opnieuw toegenomen is. Van deze laatste soort zijn er dit jaar elf gevonden tegen zeven vorig jaar.

 

 

Vleermuisvriendelijke bunkers

De toename van het aantal vleermuizen in de Duinen van Oostvoorne zou volgens Dijkhuizen te maken kunnen hebben met de inspanningen van het Zuid-Hollands Landschap om de winterverblijfplaatsen te optimaliseren. "In 2004 is een aantal bunkers speciaal ingericht voor vleermuizen. De rust voor deze nachtdieren is hierdoor tijdens de gehele winterslaap gegarandeerd." Overigens blijkt uit een analyse van de jaarlijkse telgegevens dat vleermuizen niet ieder jaar in dezelfde bunker overwinteren. "In het ene jaar zitten er veel in de ene bunker, in het andere jaar veel in een andere. Wel zijn de 'vleermuisvriendelijke' bunkers het meest populair. Dat onderscheidt maken de vliegende zoogdieren dus blijkbaar wel." 259 exemplaren In totaal werden op Voorne 259 slapende vleermuizen geteld. De watervleermuis was met ruim 200 waarnemingen het meest algemeen. Het aantal getelde vleermuizen was over heel Voorne minder dan de afgelopen jaren. "Dit kan te maken hebben met het zeer zachte najaar waardoor vleermuizen wellicht minder eisen stellen aan hun overwinteringsplek," aldus Dijkhuizen. Het onderzoek maakt onderdeel uit van een landelijk meetnet van het Centraal Bureau voor Statistiek.