Nieuws archief

Minder vangsten op tweede opeenvolgende nacht vangen

Dit is een aanvulling op het artikel in de Vlen-nieuwsbrief 56 waar een deel van de tekst en het figuur was weggevallen.

 

Sinds 2001 worden er in Nederland weer mistnetten gebruikt om vleermuizen te inventariseren, in situaties waarbij soorten verwacht worden die detector niet goed gehoord of geïdentificeerd kunnen worden. Hier geef ik een korte analyse van het effect van herhaaldelijk één locatie bemonsteren op vangresultaten.

Zwermende vleermuizen zijn lastig op naam te brengen met detectoren. Daarom worden daarbij vaak mistnetten ingezet. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij groeve-ingangen, potentieel belangrijke zwermobjecten. Zo ook, afgelopen jaren, tijdens instructieweekenden van de Zoogdiervereniging of de VZZ-veldwerkgroep (Spoelstra, 2006, Dekker & Limpens, 2007).

In sommige gevallen werd daarbij meermaals dezelfde groeve bezocht, soms op twee opeenvolgende dagen. Dat gebeurde bijvoorbeeld wanneer er erg bijzonder soorten werden gevangen, of wanneer er veel activiteit was. Bij een analyse van de resultaten van de verzamelde gegevens viel op, dat bij opeenvolgende vangnachten bij dezelfde groeve-ingang de vangsten van de tweede nacht duidelijk lager dan van de eerste nacht (figuur 1). Dit verschil is overigens significant (Mann-Witney test voor paren, p=0.03).


Figuur 1. De vangsten van opeenvolgende vangnachten, bij de Apostel-, Barakken-, Riessenberg-, Roother-, en Sibbe-groeve.

Maar waarom zijn de vangsten op de tweede nacht lager? Worden dieren gewaarschuwd door alarmroepen van gevangen dieren? Vermijden de dieren in de tweede nacht de zwermlocatie? Of hebben ze na de eerste nacht door hoe de vlag, of beter gezegd het mistnet, erbij hangt, en vliegen ze er niet meer in? En natuurlijk: zijn ze de traumatische vangsten na een week of twee weken wel weer net zo goed te vangen als de eerste avond?

Hoe het ook zij, de boodschap moge duidelijk zijn: vangen op nacht 1 heeft een negatief effect op de resultaten van nacht 2. Als een locatie twee of meer keer bemonsterd moet worden, is het verstandig dat pas na minstens enkele dagen te doen.

Lezen over vangacties bij groeven:
Dekker, J.J.A. & Limpens, H.J.G.A., 2007. Inhaalslag Verspreidingsonderzoek Nederlandse Zoogdieren VONZ 2006, Deel 7. Zwermlocaties . VZZ rapport 2007.24. Zoogdiervereniging VZZ, Arnhem.
Spoelstra, K., 2006. Mistnetvangst van vleermuizen. Verslag van de eerste workshop mistnetvangst van vleermuizen, gehouden op 28, 29 en 30 september 2001 in Bruisterbosch, Zuid-Limburg. VZZ rapport 2006.45. Zoogdiervereniging VZZ, Arnhem.


Jasja Dekker
Zoogdiervereniging VZZ