Nieuws archief

Een nieuwe stamboom voor vleermuizen.

DNA-onderzoek en fossielen lossen mogelijk het raadsel rond "kleine vleermuizen" en "vliegende honden" op. Door het analyseren van genetisch materiaal uit alle bestaande families van vleermuissoorten hebben onderzoekers uit Ierland, de UK, de VS en Nijmegen de verwantschap tussen deze families van vleermuizen weten te ontrafelen. Ze publiceerden hun resultaten in Science van 28 januari jl. Eén op de vijf huidige zoogdiersoorten is een vleermuis. Maar doordat er tot nu toe weinig fossielen zijn gevonden was de evolutionaire geschiedenis van vleermuizen grotendeels onbekend Het Science-artikel van de Ierse biologe Emma Teeling en haar collega's onthult een nieuwe gedetailleerde moleculaire stamboom van de nog bestaande vleermuizen. Door de resultaten te vergelijken met de data van onderzoek aan fossielen zijn er ook nieuwe aanwijzingen gevonden over de herkomst van vleermuizen. De gemeenschappelijke voorouder van alle vleermuizen kwam waarschijnlijk voor in het vroege Paleoceen (60-55 miljoen jaar geleden) en kwam uit Laurazië, wellicht in Noord-Amerika. Toen in het vroeg Eoceen (52-50 miljoen jaar geleden) de temperatuur op aarde 7 graden steeg nam het aantal plantensoorten en daarmee het aantal insectensoorten sterk toe. De toen al ontstane vleermuissoorten hadden reeds echolocatie ontwikkeld en konden daardoor meteen al 's nachts jagen en hadden weinig concurrentie van andere diersoorten. Ze konden sterk van het grote voedselaanbod profiteren en maakten een enorme snelle en diverse evolutionaire groei door. Drie groepen kleine vleermuizen splitsten zich in Laurazië af, de vierde lijn ontstond in Gondwana. De verwantschap tussen de vruchtenetende grote vleermuizen (Megachiroptera) die geen echolocatie gebruiken en de kleine vleermuizen (Microchiroptera) was lange tijd onduidelijk. Lang werd gedacht dat de Microchiroptera en de Megachiroptera (vaak ook wel "vliegende honden" genoemd) wel een gemeenschappelijke voorouder hadden maar dat de Megachiroptera verder volledig los stonden van alle andere Microchiroptera. Dus dat uit de gemeenschappelijk voorouder twee takken zouden zijn ontstaan, één zonder echolocatie en één met echolocatie. Hoewel de morfologische kenmerken sterk in die richting wijzen, zitten de op die hypothese gebaseerde stambomen vol tegenstrijdigheden en hiaten. Recent DNA onderzoek gaf al kleine aanwijzingen dat de Megachiroptera mogelijk wel een aftakking zijn van de Microchiroptera. Dus dat alle uit de gemeenschappelijk voorouder voortkomende takken van vleermuizen echolocatie bezaten maar dat sommige gedurende de evolutie deze eigenschap verloren. De moleculaire analyse van Teeling en haar collega's is een nieuwe en sterke steun voor de hypothese dat de grote vleermuizen (Megachiroptera) voort zijn gekomen uit één van de groepen van kleine vleermuizen. In het onderzoek komt duidelijk naar voren dat sommige families van vleermuizen met echolocatie, bijvoorbeeld de Hoefijzerneusvleermuizen (Rhinolophidae) en de Mousetailed bats (Rhinopomatidae), veel nauwer verwant zijn aan de Old World Fruit Bats (Megachiroptera, familie Pteropodidae) dan aan de meeste ander soorten Microchiroptera. Een deel van het onderzoek van Teeling vond plaats in Nederland, door biochemicus Ole Madsen van het Nijmegen Center for Molecular Life Sciences (NCMLS) van de Radboud Universiteit. Hij is gespecialiseerd in de analyse van moleculaire verwantschap. Dergelijk onderzoek maakt gebruik van het gegeven dat het erfelijk materiaal van nauw verwante soorten moleculair slechts een klein beetje anders is. Door deze graduele verschillen tussen soorten terug te voeren op de gemeenschappelijke voorouder is nu de stamboom compleet. Uit deze puzzel is bovendien te berekenen hoeveel soorten in het fossiele archief ontbreken. Zo blijkt in het onderzoek van Teeling en collega 's dat van ongeveer 61 % van alle vleermuissoorten die er bestaan hebben ieder spoor ontbreekt. Binnen de tak van de Megachiroptera is er zelfs van 98% van de soorten die ooit hebben bestaan nooit wat teruggevonden. Bronnen: * Emma Teeling et al, 'A Molecular Phylogeny for Bats Illuminates Biogeography and the Fossil Record', in: Science, 28 januari 2005 * Nancy Simmons, 'An Eocene Big Bang for Bats', in: Science, 28 januari 2005. Met dank aan de redactie van Noorderlicht (VPRO) en Kamiel Spoelstra voor het verstrekken van achtergrondinformatie.