Nieuws archief

Resultaten Wintertellingen 2000-2003 Vleermuiswerkgroep Defensieterreinen

In juni 2003 is het 3e jaarverslag van de Vleermuiswerkgroep Defensieterreinen (VWG-DEF) verschenen. In dit rapport wordt een verslag gegeven van de beschermingsactiviteiten voor vleermuizen op defensieterreinen. De werkgroep is het gevolg van een intensievere aandacht voor vleermuizen; en een conclusie die zeker mag worden getrokken is dat bescherming van vleermuizen werkt. Op defensieterreinen zijn voornamelijk winterverblijfplaatsen gelegen die een goede bescherming kennen. Deze winterverblijven worden veelal vele jaren, tot tientallen jaren achtereen, beschermd als vleermuizenverblijfplaats en ook onderzocht op het voorkomen van vleermuizen. Deze overwinteringslocaties (kelders, forten, gangen, bunkers, putten en dergelijke) herbergen jaarlijks ruim 2000 vleermuizen. Hoewel er in het rapport ook kort wordt ingegaan op onderzoek aan zomerverblijven op defensieterreinen gaan we in deze samenvatting alleen in op de wintertelling In dit rapport wordt een verslag gegeven van de beschermingsactiviteiten voor vleermuizen op defensieterreinen. De werkgroep is het gevolg van een intensievere aandacht voor vleermuizen; en een conclusie die zeker mag worden getrokken is dat bescherming van vleermuizen werkt. Op defensieterreinen zijn voornamelijk winterverblijfplaatsen gelegen die een goede bescherming kennen. Deze winterverblijven worden veelal vele jaren, tot tientallen jaren achtereen, beschermd als vleermuizenverblijfplaats en ook onderzocht op het voorkomen van vleermuizen. Deze overwinteringslocaties (kelders, forten, gangen, bunkers, putten en dergelijke) herbergen jaarlijks ruim 2000 vleermuizen. Hoewel er in het rapport ook kort wordt ingegaan op onderzoek aan zomerverblijven op defensieterreinen gaan we in deze samenvatting alleen in op de wintertellingen. Geïnspecteerde objecten in de winter 2002-2003 In totaal zijn verspreid op 34 defensieterreinen overwinteringsobjecten bezocht. In totaal zijn 201 kelders, bunkers, forten en dergelijke onderzocht. In 121 objecten werden overwinterende vleermuizen aangetroffen. Voor het overgrote deel werden in vorige jaren in dezelfde objecten ook vleermuizen gevonden. OBJECTEN BEZET NIET BEZET Kelders 27 23 Gangen 15 1 Forten 9 1 Bunkers 36 21 Schuilplaatsen 31 32 Overig (putten) 3 2 TOTAAL 121 80 Resultaten wintertellingen 2002-2003 In de winter van 2002-2003 zijn in totaal 2.268 overwinterende vleermuizen aangetroffen, behorende tot 9 soort / soortgroepen. In de winter 2001-2002 waren dit 2.345 overwinteraars in 8 soort(groep)en. Derhalve was het aantal overwinterende vleermuizen 3,3% minder dan in de winter ervoor. Deze afname is niet gelijk verdeeld over de soorten en de regio's. De afname trad bijna geheel op in de omgeving Arnhem, en alleen onder de watervleermuizen. Bij alle andere soorten is het aantal waargenomen dieren gelijk gebleven of fors gestegen. Een bijzondere waarnemingen tijdens de wintertellingen was die van een overwinterende laatvlieger in Fort Everdingen (zie onderstaande foto). Hoewel dit een van de algemeenste soorten in Nederland is worden er zelden overwinterende laatvliegers waargenomen. De oorzaak ligt eenvoudigweg in het feit dat deze dieren waarschijnlijk overwinteren op plaatsen die voor onderzoekers moeilijk toegankelijk zijn: houten dakconstructies van gebouwen, pannendaken, spouwmuren en dergelijke. Onverwachte winterslapers in Fort Everdingen: een laatvlieger (links) en een dwergvleermuis (rechts) / © Foto: Fons Bongers In onderstaande grafiek en tabel wordt aangegeven welke soorten in de winters 2000-2001, 2001-2002 en 2002-2003 op defensieterreinen zijn waargenomen. 2000-2001 2001-2002 2002-2003 baardvleermuizen (m) 188 207 267 franjestaart (n) 79 100 130 vale vleermuis (M) 1 1 1 watervleermuis (d) 1448 1732 1508 meervleermuis (m) 71 80 94 dwergvleermuizen (p) 11 4 17 grootoorvleermuis (P) 132 145 200 laatvlieger (L) 0 0 1 indeterminabel (i) 29 56 48 totaal 1959 2331 2268 Grafiek en tabel: aangetroffen vleermuizen op defensieterreinen tijdens wintertellingen 2000-2003 Let op: met baardvleermuizen wordt bedoeld: Myotis mystacinus / brandtii. Met dwergvleermuizen wordt bedoeld: Pipistrellus pipistrellus / nathusii Tendensen overwinterende vleermuizen op defensieterreinen Berekeningen tonen aan dat de aantallen overwinterende vleermuizen op defensieterreinen een vergelijkbare ontwikkeling over de jaren laat zien als de rest van Nederland. Voor enkele soorten is de tendens enigszins positiever, voor een andere soort is dit omgekeerd. Baardvleermuizen doen het bij Defensie uitzonderlijk goed. Dit is terug te voeren op het beheer van 2 forten aan de Lek en een bunkercomplex op het Marinevliegkamp Valkenburg. Kelders en bunkers laten net als diverse andere overwinteringslocaties een onstuimige toename van overwinterende franjestaartvleermuizen zien. Conclusies en aanbevelingen met betrekking tot de winterverblijven en de wintertellingen Vleermuisbescherming in actie : om de vleermuizen beter te beschermen wordt een oude ingang dicht gelegd / © Foto: Ruud KaalVanuit de verzamelde gegevens over de jaren 1990 - voorjaar 2003 kunnen voor defensieterreinen de volgende conclusies worden getrokken of worden bevestigd: * Voor de vleermuisbescherming is de bescherming van goede onderkomens van een groter belang dan het beschikbaar stellen van meerdere minder geschikte objecten. * Geschikte objecten worden na verloop van tijd in gebruik genomen en leveren op die manier een bijdrage aan de vleermuisbescherming. * Normaal minder geschikte onderkomens (bijvoorbeeld betonnen schuilplaatsen met weinig nissen en dergelijke) in de nabijheid van goede onderkomens raken verhoudingsgewijze sneller en vaker bezet als overwinteringslocatie dan minder geschikte onderkomens zonder goede onderkomens in de nabijheid. Deze conclusies leiden tot de volgende aanbevelingen: * Onderhoud winterverblijven o Onderhoud dat benodigd is voor de duurzame instandhouding van winterverblijven moet worden uitgevoerd. Indien budgetten niet toereikend zijn zal fasegewijs worden onderhouden. Duurzame instandhouding heeft daarbij een hoge prioriteit. * Onderzoek winterverblijven o Onderzoek zoals verricht in de jaren sinds 2000 wordt verder ontwikkeld. Specifieke voorstellen van regionale of landelijk onderzoeken ten behoeve van bescherming worden in beginsel ondersteund door Defensie. * Aanleg winterverblijven o In de komende jaren worden op defensieterreinen enkele grote infrastructurele werken tot stand gebracht. De werkgroep zal zich inzetten voor de aanleg van mogelijke winterverblijven als deel van die projecten. Het betreft onder meer projecten in de Marnewaard, De Peel en Waalsdorp. o Op diverse terreinen is nog oude ondergrondse bebouwing aanwezig zonder functie. De werkgroep zal zich inzetten voor toewijzing van een natuurfunctie voor deze bebouwing en zo nodig en mogelijk noodzakelijke aanpassingen realiseren. Het betreft onder meer een grote waterkelder op de RVS-Kazerne te Oirschot en een schuilplaats op het Instituut Defensie Leergangen te Rijswijk. Tekst: Fons Bongers Meer weten over de Vleermuiswerkgroep Defensieterreinen? Klik hier Bron: Vleermuiswerkgroep Defensieterreinen. Jaarverslag 2002 van de Vleermuiswerkgroep Defensietereinen. - Utrecht : VWG-DEF, 2003. - 43 p. Een uitgebreidere samenvatting van het jaarverslag verschijnt in nummer 44 (jrg 16, 2004) van de Nieuwsbrief Vleermuiswerkgroep VZZ.