Grote hoefijzerneus

Uiterlijk

De Grote hoefijzerneus is de grootste in Europa voorkomende soort van de familie van de hoefijzerneuzen (Rhinolophidae).
De hoefijzerneuzen danken hun naam aan het hoefijzervormig aanhangsel op hun neus. Hoefijzerneuzen zenden hun echolocatiegeluiden niet uit via hun mond maar via de neus. Het hoefijzervormig aanhangsel op de neus dient daarbij om de geluiden te bundelen.

kleine-hoefijzerneus-yvesadams.jpg 

Biotoop en jachtgedrag

Door zijn brede vleugels is de Grote hoefijzerneus een zeer behendige vlieger die vooral in oude bossen met wat weilandjes jaagt. Hij kan zowel insecten uit de lucht pakken als van bladeren en van de grond. Soms jaagt de Grote hoefijzerneus ook vanaf een vaste hangplaats van waaraf voorbij vliegende insecten worden 'overvallen' en pas op de hangplaats worden opgegeten. Grote insecten (bijv. kevers en nachtvlinders) staan op het menu.

 

Verblijfplaatsen

In de zomer zitten Grote hoefijzerneuzen graag op warme zolders (bijvoorbeeld kerkzolders) en in grotten. Ze overwinteren vooral in grotten met een hoge luchtvochtigheid en een vrij hoge temperatuur (tot 11°C). De Grote hoefijzerneus hangt op zolders en in grotten op de manier waarvan veel mensen denken dat alle vleermuizen dat doen: ondersteboven met de voeten aan het plafond en met de vleugels om zich heen geslagen.

 

Geluid

Lange, aanhoudende constante frequentie (CF) van 105-117 kHz, met aan het begin een kort, opgaand fm-deel en aan het eind een kort neergaand fm-deel. Pulsduur lang, tot meer dan 50 ms. Heeft overlapping met de frequenties van de Paarse hoefijzerneus en Mehely's hoefijzerneus. Klik hier voor het geluid van een audio Kleine hoefijzerneus

 

Bron: W. Schober & E. Grimmberger, Gids van de vleermuizen van Europa (Baarn 2001)