Vleermuizen en ziektes

Vleermuizen en ziektes

Inleiding

Veel mensen zijn bang dat vleermuizen ziektes kunnen overbrengen. Een zeer klein aantal vleermuizen in Nederland is inderdaad besmet met hondsdolheid, maar als u geen onnodige risico’s neemt, is de kans op besmetting zeer klein. Hier vindt u informatie over deze ziekte en advies over wat te doen wanneer u of uw huisdier door een vleermuis gebeten is.

Hondsdolheid

Hondsdolheid wordt veroorzaakt door een virus van het geslacht Lyssavirus, behorend tot de familie van Rhabdoviridae. Rabiës is een zogenaamde zoönose, een ziekte die via dieren op de mens kan worden overgebracht. De dieren zelf hoeven niet ziek te worden, maar kunnen wel drager zijn van het virus. Er is inmiddels een tiental varianten (genotypen) van het rabiësvirus gevonden. De eerste variant is het klassieke rabiësvirus dat bij carnivoren zoals vos, wolf en hond wordt gevonden. Overigens komt deze variant in Nederland al tientallen jaren niet meer voor. De meeste andere varianten worden alleen bij vleermuizen gevonden. In Europa zijn twee typen gevonden: het European Bat Lyssa Virus I en II. EBLV I wordt bij laatvliegers gevonden en EBLV II bij meervleermuizen. Jaarlijks worden in Nederland ongeveer 120 vleermuizen getest op rabiës omdat zij contact met mensen hebben gehad. Daarvan blijken er gemiddeld 8 inderdaad met het virus besmet te zijn. Op een totaal aantal van naar schatting 800.000 vleermuizen in Nederland is dat natuurlijk maar een uiterst gering aantal.

Besmettingsbron en wijze van overdracht

Bij besmette (‘rabide’) dieren bevindt het virus zich in het speeksel en het wordt overgebracht door bijten of likken. Via huidwondjes of slijmvliezen kan het virus in het lichaam binnen dringen. Vanuit de plek waar het virus binnenkomt vermenigvuldigt het zich eerst in de spieren en gaat dan via het zenuwstelsel naar de hersenen. In theorie kan het virus ook op andere manieren worden overgebracht, bijvoorbeeld door aanraking van een vleermuis die net zijn huid of vacht heeft schoongelikt of via urine of keutels. Hoewel dit vooralsnog theoretische mogelijkheden zijn, wordt toch geadviseerd om nooit vleermuizen of keutels met de blote handen aan te raken.

Ziekteverschijnselen bij de mens

Hondsdolheid heeft een incubatieperiode van gemiddeld één à twee maanden, maar dit kan variëren van enkele dagen tot een jaar, afhankelijk van de plaats van de beet. Het kan zich uiten in een ‘furieuze vorm’ (met krampen en overactief zijn) of een ‘paralytische vorm’, waarbij een verergerende verlamming optreedt. In het begin van de ziekte treden weinig specifieke symptomen op zoals koorts, verminderde eetlust, misselijkheid, braken en hoofdpijn. Later treden zenuwverschijnselen op als krampen of verlammingen, nekstijfheid, hyperactiviteit en stuipen. Bij ongeveer de helft van de mensen treden spasmen op van de slikspieren en halsspieren wanneer water of speeksel weggeslikt moet worden. Mensen krijgen dan watervrees; samen met een verhoogde speekselvloed leidt dat tot schuimvorming op de mond. In een verder stadium treedt coma op, leidend tot de dood door ademhalingsstilstand en hartproblemen.

 Ziekteverschijnselen bij dieren

Ziekte bij dieren gaat gepaard met dezelfde verschijnselen als bij de mens, waarbij honden vaak vooral de ‘furieuze vorm’ laten zien en landbouwhuisdieren de ‘paralytische vorm’. Bij vrijwel alle dieren is een veranderend gedrag één van de eerste symptomen; bij honden is dat vooral agressief gedrag. Landbouwhuisdieren zonderen zich af van de kudde. Opvallend is dat bij katten nog nooit een vleermuisvirus is geconstateerd; mogelijk zijn zij daar immuun voor.

 Gebeter?

In dit hoofdstuk vindt u een stappenplan wat te doen na direct contact tussen mens en vleermuis of tussen huisdier en vleermuis. Het maakt daarbij niet uit of er sprake is van een bijtcontact of dat de vleermuis alleen maar is aangeraakt. Ook maakt het niet uit of het om een soort gaat waar wel eens rabiës bij is aangetroffen of dat het om een soort gaat waarbij dat nog nooit het geval is geweest.

We onderscheiden de volgende situaties:

1. Contact met een mens, de vleermuis is verdwenen

2. Contact  met een mens, de vleermuis is gevangen

3. Contact met een huisdier, de vleermuis is verdwenen

4. Contact met een huisdier, de vleermuis is gevangen

1. Contact met een mens, de vleermuis is verdwenen.

We adviseren de volgende stappen.

  • Zoals bij alle beetwonden van (wilde) dieren moet de beetwond of aanraakplek goed worden gewassen met warm water en zeep en vervolgens gedesinfecteerd met 70% alcohol of jodiumtinctuur.
  • Neem zo snel mogelijk contact op met uw huisarts of GGD, liefst binnen 48 uur. Indien u gebeten bent in de buurt van het centrale zenuwstelsel (bv in de buurt van uw hoofd), neem dan liefst binnen 24 uur contact op met een huisarts of GGD. Vertel duidelijk dat u door een vleermuis bent gebeten of daarmee contact hebt gehad. Omdat de vleermuis is verdwenen en dus niet meer kan worden vastgesteld of de vleermuis met rabiës was besmet, wordt om elk risico uit te sluiten gestart met een zogenaamd post-expositie vaccinatieprogramma dat uit een serie van 5 vaccinaties bestaat verspreid over 2 maanden. Bij personen met een zwak immuunsysteem wordt op de eerste dag een extra injectie toegediend met MARIG.

 2. Contact met een mens, de vleermuis is gevangen

 Wij adviseren de volgende stappen. Voor advies over het vangen van een vleermuis, zie de vanginstructie.

  • De eerste stap is dezelfde als in de vorige situatie. Zoals bij alle beetwonden van (wilde) dieren moet de beetwond of aanraakplek goed worden gewassen met warm water en zeep en vervolgens gedesinfecteerd met 70% alcohol of jodiumtinctuur.
  • Stel de vleermuis veilig (indien mogelijk) door deze in een doosje / potje te doen of door er een potje overheen te zetten. Zie hiervoor de vanginstructie. Zorg er voor dat de vleermuis niet kan ontsnappen. Maak de vleermuis niet dood! Het blijven beschermde dieren en het doden van de vleermuis kan ook het onderzoek naar de besmetting van de vleermuis bemoeilijken.
  • Neem vervolgens zo snel mogelijk contact op met een vleermuisdeskundige of opvangcentrum. Deze zorgt ervoor dat de vleermuis wordt onderzocht of deze met hondsdolheid besmet is. De uitslag is binnen 24 uur bekend. Wanneer de vleermuis niet besmet blijkt te zijn kunnen vaccinaties achterwege blijven.
  • Als de vleermuis wel besmet blijkt te zijn dan wordt u daarover gebeld en zal u worden geadviseerd om contact op te nemen met uw huisarts of de GGD. Deze zal starten met een zogenaamd post-expositie vaccinatieprogramma dat uit een serie van 5 vaccinaties bestaat verspreid over 2 maanden. Bij personen met een zwak immuunsysteem wordt op de eerste dag een extra injectie toegediend met MARIG.

 3. Contact met een huisdier, de vleermuis is verdwenen

Wij adviseren de volgende stappen. 

  • Neem contact op met uw dierenarts en zeg dat uw huisdier is gebeten door of contact heeft gehad met een vleermuis. Omdat de vleermuis is verdwenen kan niet meer worden onderzocht of de vleermuis met rabiës was besmet en zal direct worden overgegaan tot een eerste vaccinatie.

Voor het vervolg wordt onderscheid gemaakt tussen de volgende situaties:

  • Huisdieren die binnen een periode van 2 jaar voor het directe contact zijn gevaccineerd. Verdere vaccinaties zijn niet nodig.
  • Huisdieren die langer dan 2 jaar voor het contact zijn gevaccineerd of in het geheel niet zijn gevaccineerd. Het dier ontvangt na 5 dagen een tweede vaccinatie.

4. Contact met een huisdier, de vleermuis is gevangen 

 Wij adviseren de volgende stappen.

  • Stel de vleermuis veilig (indien mogelijk) door deze in een doosje / potje te doen of door er een potje overheen te zetten. Zie hiervoor de vanginstructie. Zorg er voor dat de vleermuis niet kan ontsnappen. Maak de vleermuis niet dood! Het blijven beschermde dieren en het doden van de vleermuis kan ook het onderzoek naar de besmetting van de vleermuis bemoeilijken.
  • Neem vervolgens zo snel mogelijk contact op met een vleermuisdeskundige of opvangcentrum. Deze zorgt ervoor dat de vleermuis wordt onderzocht of deze met hondsdolheid besmet is. De uitslag is binnen 24 uur bekend. Wanneer de vleermuis niet besmet blijkt te zijn kunnen vaccinaties achterwege blijven.
  • Als de vleermuis wel besmet blijkt te zijn dan wordt u daarover gebeld en zal u worden geadviseerd om contact op te nemen met uw dierenarts. Deze zal starten met een zogenaamd post-expositie vaccinatieprogramma dat afhankelijk is van de volgende situatie. 
  • Huisdieren die binnen een periode van 2 jaar voor het directe contact zijn gevaccineerd. Het dier krijgt 1 vaccinatie
  • Huisdieren die langer dan 2 jaar voor het contact zijn gevaccineerd of in het geheel niet zijn gevaccineerd. Het dier ontvangt een vaccinatie en na 5 dagen een tweede vaccinatie

Quarantaine

Als er sprake is van een periode van meer dan 5 dagen tussen het bijtcontact en het bekend worden van de onderzoeksuitslag, en er met name in die periode geen voorlopige maatregelen zijn genomen (vaccinatie), kan een quarantaineperiode van 10 dagen worden overwogen. De beoordeling van die maatregel vindt plaats door een veterinair deskundige. Naast een observatieruimte bij een dierenarts kan ook een hok bij een dierenasiel als quarantaineruimte dienst doen.

Die ruimte moet dan minimaal voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • er mag geen contact mogelijk zijn tussen het verdachte dier en de overige dieren;
  • er mag geen contact plaatsvinden met het verdachte dier tijdens het verstrekken van drinkwater en voer;
  • de ruimte moet goed reinigbaar en desinfecteerbaar zijn;
  • het verzorgend personeel dient goed te zijn geïnformeerd over de opvang van dergelijke dieren.

Als het huisdier gedurende de quarantaineperiode als rabies-verdacht moet worden beschouwd, dient het dier te worden geëuthanaseerd en voor onderzoek naar het ID-Lelystad te worden gezonden. 

Risicosoorten

Van de 21 in Nederland voorkomende soorten vleermuizen is bij 2 soorten vastgesteld dat deze met hondsdolheid besmet kunnen zijn. Dit betreft de laatvlieger en de meervleermuis. Van de laatvlieger is de laatste jaren gemiddeld 15-20% van de voor onderzoek aangeboden laatvliegers positief op het EBL-virus getest. Het percentage besmette dieren van de totale populatie laatvliegers in Nederland is waarschijnlijk veel kleiner. 

Onder meervleermuizen komt het virus nauwelijks voor. Bij recent onderzoek bleek het percentage besmette meervleermuizen lager dan 0,01% te zijn. Bij de andere Nederlandse soorten is rabiës niet aangetoond. Omdat de verschillende soorten vleermuizen lastig te herkennen zijn, is het toch belangrijk om altijd alert te zijn. Overigens is bij de meest voorkomende vleermuis in Nederland - de gewone dwergvleermuis - het virus nooit gevonden, ook niet buiten Nederland.

 Besmettingsrisico's

Wanneer vleermuizen hun verblijfplaats hebben in uw spouwmuur of onder uw dak levert dat geen enkel gevaar voor u op. Ook voor de vleermuizen die u 's avonds boven de straat of uw tuin ziet vliegen hoeft u niet bang te zijn. Alleen als u een zieke, gewonde, verzwakte of dode vleermuis vindt moet u ervoor zorgen dat u geen risico loopt. In Nederland heeft nog niemand, ook geen huisdieren, kwade gevolgen ondervonden van contact met een met hondsdolheid besmette vleermuis. En dat willen we zo houden. Daar hoeft u niet iets speciaals voor te doen. U kunt de ziekte namelijk alleen maar krijgen als u door een besmette vleermuis wordt gebeten of als u met een wondje op bijvoorbeeld uw handen met een vleermuis in aanraking komt.

Vleermuizen kunnen niet zo goed zien en ‘kijken’ daarom via hun oren: ze luisteren naar de echo's van kreetjes die ze meestal met hun mond uitstoten en krijgen zo een beeld van de omgeving. Dat betekent dat ze - als ze rond willen kijken - hun bek ver open sperren en hoge piepgeluidjes maken. Hoewel zo'n geopende bek er eng uit kan zien betekent het dus niet dat de vleermuis agressief is.

Een vleermuis zal zich zoals ieder ander wild dier natuurlijk wel verdedigen als u hem probeert op te pakken. Zolang u dus niet probeert een vleermuis te vangen of hem met blote handen vast te pakken, is er niets aan de hand. Indien het toch nodig is de vleermuis te vangen, lees dan eerst de vanginstructie.